Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodanige schikking, dat iedere Diakonie, die geene eigene geneeskundige Armverzorging bezit en dus van de inschrijving harer armen voordeel heeft, iets tot de kosten der verpleging van die armen bijdrage, of, als men het liever aldus wil uitdrukken, dat de stad de verpleging van die armen (geheel of gedeeltelijk) aanneme voor rekening van die Diakonie.

"Juist dit is bij de Verordening bedoeld; en het gedeelte, dat men door de Diakoniën wil laten betalen, is, zoowel van de verpleging in als buiten de gasthuizen, niet meer dan £ der kosten. —

"Kunnen wij tot dusverre de slotsom van het betoog van den Heer heije beamen (al zouden wij niet gaarne al zijne argumenten onderschrijven), wij mogen onze vrees niet verbergen, dat het hem en ons niet gelukken zal, vooralsnog het geprezene artikel der Verordening in werking te zien. Eene welwillendheid en medewerking van alle Diakoniën, zóó' groot als daartoe zoude worden vereischt, zal zoowel te Amsterdam als op vele andere plaatsen voorloopig nog wel tot de pia vota behooren. Dit de wrijving en wrevel, die de natuurlijke vruchten waren van het restitutiestelsel der wet van 1818 en van den strijd over onderworpenheid of onafhankelijkheid der Diakoniën gestreden (wat zal de nakomelingschap wel denken van dien zonderlingen strijd?), is een zeker mistrouwen en antagonisme tegen het burgerlijk bestuur blijven hangen en zweven in de consistoriekamers-, dat er nog niet zoo spoedig zal zijn nitgelucht. De volkomene overwinning, bij de wetgeving van 1854 behaald, heeft bij de vele kerkelijke besturen een meer levendig gevoel van hunne regten, dan van hunne pligten overgelaten. — Om die redenen komt ons het oogenblik niet gunstig voor, om met de groote Amsterdamsche Diakoniën eene schikking te treffen, zoo als de Verordening (Art. 22) bedoelt en de Heer heije aanprijst. Daar evenwel alles van de inzigten van eenige achtenswaardige collegiën afhangt, en de leden van die ligchamen, even als alle verstandige menschen, niet onvatbaar zullen zijn voor overreding en overtuiging, zoo willen wij op de uitwerking van het betoog niets afdingen. Alles komt ten slotte neder op de publieke meening. Want, zoo als de Heer heije te regt op bl. 7 zegt: "Is eenmaal bij alle burgers het helder inzigt ontstaan, «dat zij, op de eene of de andere wijze, toch feitelijk dezelfde som "jaarlijks tot onderhond der armen moeten bijdragen, maar dat, zoowel «in ieders als in aller belang is, die som te storten in de handen der "kerkelijke Armenverzorgers, dan is de bevredigende oplossing nabij." Dan verdwijnt ook elke financiële moeijelijkheid van zelf."

Sluiten