Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Zoo ga ik dan nu over tot het geven van eenige Toelichtingen, die als. Noten te uitvoerig zouden geworden zijn.

De Heer van limbdeg beouwer betoogt, op blz. 16 zijner Opmerkingen, "dat de Kerk tegenover den Staat geeue verpligting kan op zich "nemen tot ondersteuning harer Armen."

Ik herinnerde in Noot 2, op blz. 57, dat hier alweder eene meermalen voorkomende verwarring van begrip is ingeslopen, immers voor zooveel het punt in geschil betreft.

Door de Verordening voor de Geneeskundige Armverzorging wordt toch van de Kerkgemeenten niets anders gevergd, dan dat zij hare "bedeelden", voor zooveel zij ivenscht, dat deze, te eeniger tijd, geregeld geneeskundige hulp van Stadswege zouden ontvangen, "telke zesmaan"den doe inschrijven." Dié inschrijving geschiedt kosteloos.

Eerst dan (immers voor zooveel de opname in de Gasthuizen aangaat), wanneer een zoodanig ingeschrevene, na speciaal onderzoek, na speciale beslissing omtrent de noodwendigheid, en alzoo met speciale toestemming van het Kerkelijk Armbestuur, door dat Bestuur naar het Gasthuis verwezen wordt, vangt de verpligting aan, om, zoo lang dat Armbestuur goedvindt, dat zijn bedeelde in het Gasthuis verblijft, 20 cents voor eiken verpleegdag te betalen. Die dusgenoemde verpligting is alzoo niet anders dan een contract tusschen twee partijen: een contract, dat "voor ieder nieuw geval" vrijwillig vernieuwd wordt, dat telken dag opzegbaar is, en ook voor niet één volgend geval verbindt. Hoe kon een misbegrip daaromtrent nog blijven bestaan bij den Heer v. 1. B., na de stellige woorden, daarop betrekkelijk, in mijne Levensvraag, blz. 43, Noot 3? — Mij dunkt, het kon alleen daaruit ontstaan, dat hij, geheel in strijd met de Armenwet, aan het "Burgerlijk" Bestuur der Gemeente Amsterdam de verpligting wil opdringen, "diakonaal"bedeelden" kosteloos te verplegen in de Gasthuizen der stad (burgerlijke Instellingen omschreven bij Art. 2 der Armenwet), en zich daartoe, bij geregelde Inschrijving, jegens die Armen te verbinden.

Met kleine wijziging is het evenzoo voor die Diakoniën, welke "zelfs voor hunne loopende of huiszittende zieken" geene eigene inrigting tot hulp hebben, of (hebben zij dergelijke inrigting) deze, tot belangrijke besparing voor zich zelve, zouden willen opheffen.

Sluiten