Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze moeten, indien zij zulks legeeren, telkens voor zes maanden een doorgaand contract met de stad aangaan.

Voor zes maanden telkens zónden dus de kerkelijke Armbesturen, die zulks begeerden, hieromtrent onder eenige verpligting liggen, ofschoon ook deze eene vrijwillige, en opzegbaar is.

Doch, zonderling genoeg, is juist tegen laatstgenoemde bepaling der Verordening (die in elk geval nog meer naar "verpligting" zou zweemen, dan de individuele betrekkelijk de Gasthuizen) geene der Diakoniën opgekomen (behalve misschien het Roomsch-Catholijk Armbestuur in zijn meer algemeen Adres).

"Wel is waar ligt de oorzaak daarvan in het feit, dat bijna alle Diakoniën hier ter stede thans eigene inrigtingen voor loopende en huiszittende zieken hebben en bekostigen. Doch ziet men dan niet in, hoe men, door "in beginsel" te erkennen of toe te geven, of onbestreden te laten, dat der Burgerlijke Gemeente door de Armenwet het regt kan gegeven en de verpligting kan opgelegd zijn: "vergoeding te ver"gen voor geneeskundige hulp van harentwege verstrekt aan loopende "of huiszittende zieken, die "kerkelijk" bedeelden zijn" — men tevens en veel sterker nog het regt en de verpligting der stad erkent, om zoodanige vergoeding te vergen voor kerkelijk bedeelden in de Gasthuizen verpleegd?

Een van beiden, dunkt mij, moet men beweren en vasthouden: óf de Stad heeft dat regt en die verpligting op beide punten, öf op geen van beiden.

Daarom ook heeft de meerderheid der Raadscommissie ten deze steeds gezegd: "Zal men jegens alle Kerkgenootschappen even billijk en regt"vaardig zijn, dan moet er bij verschil van wetsuitlegging tusschen twee "beginsels gekozen worden. Eén van beiden moet worden beslist: öf de "stad verleent den geheelen geneeskundigen onderstand kosteloos, aan "kerkelijke zoowel als burgerlijke Armen; — öf zij doet het den eersten "slechts zijdelings, door hare inrigtingen, zij dan buiten, en zij binnen "de Gasthuizen, tegen matige vergoeding, voor de Kerkgenootschappen "beschikbaar te stellen" (Levensvraag, blz. 55).

Sluiten