Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke die vrijheid der Diakoniën beperkt heeft. Is het dan regtvaardig van Dr. van tjmbukg brouweb, en wie met hem instemmen, dat zij daarvan eene grieve maken tegen den Gemeenteraad? den Gemeenteraad , welke zich gehouden zag die Rijkswet toe te passen ?

is het regtvaardig, dat zij daarvan eene grieve maken tegen de plaatselijke Verordening, die gebouwd is op de beginselen van die Rijkswet; die noodwendig en onvermijdelijk uit die beginselen voortvloeit;

die, vóór een' door de Hooge Regering vastgestelden termijn, moest ontworpen en uitgevaardigd worden?

"Wat nu aangaat de vrijheid der Diakoniën, om te zeggen: ik bedeel of ik bedeel niet ! 1 — moet ik , (omdat dit inderdaad eene

1 De Minister heeft namelijk bij de behandeling der Armenwet en bepaaldelijk bij die van Art. 12 gezegd, dat op de vraag van het Burgerlijk Armbestuur aan het Kerkelijk: "kan deze of gene Arme onderstand van U verlangen?" het Kerkelijk Armbestuur niets anders zou hebben te antwoorden, dan: "ik bedeel, of, ik bedeel niet!" Behalve echter dat dit persoonlijk gevoelen des Ministers niet in de Wet staat, bewijst bovendien de strekking er van juist tegen de algemeene opvatting welke de Diakoniën daaraan thans wenschen te geven, alsof die "uitspraak" des Ministers , zou gelden ten opzigte van de bedeelden die binnen de grenzen der Kerkelijke Reglementen vallen; en alzoo zou gelden tegenover de letter der Wet, die eischt (Art. 21) dat de Burgerlijke Besturen zich zooveel mogelijk verzekerd moeten hebben dat "Armen," van kerkelijke of bijzondere Instellingen van weldadigheid geen' onderstand kunnen erlangen.

Dat trouwens de Wet niet bedoelen kan (zie Levensvraag, blz. 22) de Armen van eenig Kerkgenootschap of bijzondere Instelling in hun geheel; maar bepaaldelijk elk individu in het bijzonder bedoelt, blijkt juist uit Art. 12 der Armenwet:

De Besturen der Kerkelijke, gemengde en bijzondere Instellingen van weldadigheid, moeten, des gevraagd, aan Burgerlijke Besturen opgeven, of een Arme, die zich bij een Burgerlijk Bestuur heeft aangemeld, van hen al dan niet onderstand kan erlangen.

Het opnemen der "genoemde Instellingen" en het woord "een Arme" in dit artikel sclüjnen bepaaldelijk aan te duiden, dat door het niet kunnen in Art. 21, en het al dan niet kan in dit Art. 12, niet zoo zeer, of ten minste niet in de eerste plaats, wordt gekenmerkt het onvermogen der "Instelling" om hare Armen in het algemeen of op een bepaald punt te ondersteunen — maar meer de afwijzing "van dezen of genen" individu, die of.in het geheel niet (om redenen van validiteit, enz.), of bij uitzondering niet (om redenen van gedrag, enz.), voor onderstand van wege de Instelling in aanmerking kan komen.

Trouwens, voor "gemengde Instellingen" zou anders de bepaling al zeer zonderling zijn. De Burgerlijke Gemeente zou dan, voor een deel, aan zich zelve vragen, of zij de Armen harer eigene Instelling (die zij regtstrceks toch zou "moeten" ondersteunen) al dan niet onderstand "kan" geven?

Sluiten