Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vrijheid niet hebben zonder of zelve op te houden te bestaan, óf het doel der Wet te vernietigen en deze tot eene papieren Wet te maken

En zie dit is juist het punt waar het hier op aankomt: zij kan die vrijheid, bij de tegenwoordige Staatsorde niet hebben zonder geheel of gedeeltelijk op te houden te bestaan!

De Diakoniën hebben dan ook bij de Wet, onder welke wij leven, in generlei opzigt volkomene vrijheid en onafhankelijkheid; zij hebben geene andere dan betrekkelijke. Dat zij daarvan nu eene grief maken tegen een' gemeenteraad (en Dr. van limburg brouwer 't doet tegen mi j, blz. 20), die de Wet met gemaakt, maar slechts toe te passen en

uit te voeren heeft, is nu wel niet zeer logisch of zeer billijk

doch dit in het voorbijgaan! "laat ons zien wat er van de zaak is," zeg ik met den Heer van limburg brouwer (Opmerkingen, blz. 15).

De KijkswET onderstelt voor de Diakoniën vier toestanden van betrekkelijke vrijheid.

De eerste is: "dat zij zelfstandig en, voor zooveel zij noodig oordeelen, "voldoende, voorzien in den nood harer Armen."

In dat geval beperkt de Staat hare vrijheid niet enger, dan tot het, "op boete van ƒ25 tot ƒ75 voor elk Bestuurder, jaarlijks aan het 67e"meentebestuur opgave doen, van het getal der door hen ondersteunden "of verpleegden; van hel beloop/ hunner uitgaven voor beheer en onder"stand van allerlei aard, en van dat hunner inkomsten door Collecten, "Inschrijvingen en andere vrijwillige bijdragen."

Dat is alzoo de "eerste" beperkte vrijheid, welke de geheel zelfstandige Diakoniën hebben.

Zij hebben ook nog eene tweede. Zij kunnen, gelijk Dr. van limburg brouwer op blz. II zijner Opmerkingen betoogt:

"besluiten hare inzamelingen te staken en alleen de bestaande fond"sen, reeds door het Voorgeslacht voor de Armen bestemd, ten hun"nen behoeve besteden; — en de Staat, als zoodanig, zou geen regt "hebben daartegen te reclameren."

1 In de Wet ligt dan ook die vrijheid niet. Welverre, dat de burgerlijke Gemeente (zelfs voor den inriduëlen Arme) zich met een enkel Ja of neen van het kerkelijk Armbestuur mag tevreden stellen, moet zij zich "voor zooveel mogelijk verzekerd heb"ben," dat hij geen' onderstand kan erlangen. Al had echter de Regering die vrijheid, bij interpretatie, voor alle kerkelijke bedeelden (zij deed het slechts, voor enkele) mogelijk geacht, dan nog zon men, op dit punt, met de straks aangehaalde woorden van de sitter, moeten zeggen: "de kerkelijke Armbesturen kunnen niet die "vrijheid hebben, omdat het tegenovergestelde in den aard der zaak ligt."

Sluiten