Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Gemeente uitdrukkelijk is verboden. — dat deze eindelijk zonder be"roep (toestaand of weigerend) beslist op de aanvrage om onderstand, "zelfs van hen, die de beide bovengenoemde vereischten bezitten (vergelijk de Memorie van Beantwoording en Art. 22)."

"Wat nu zal het gevolg zijn:

Wanneer de burgerlijke Gemeente hare feitelijke vrijheid (die tevens hare wettelijke verpligting is) tegenover de kerkelijke Armbesturen opgeeft? Wat zal het gevolg zijn:

Wanneer burgerlijk en kerkelijk Armbestuur hunne wederkeerige feitelijke vrijheid met gestrengheid jegens elkander handhaven? In het eerste geval:

1°. volslagen en steeds toenemende ongelijkheid in den druk der belasting, door welke het geld voor burgerlijke Armenzorg moet worden bijeengebragt;

2°. bij het inzien dier ongelijkheid — de begeerte der burgers, om zich meer en meer aan kerkelijke liefdadigheid te onttrekken;

3°. bij het inzien dier ongelijkheid en het verminderen der bijdragen tot kerkelijke liefdadigheid — de drang en (dikwijls) de noodwendigheid voor de kerkelijke Armbesturen, om hunnen onderstand voortdurend te beperken -— tot enkele bijzonderheden in te krimpen — geheel op te heffen;

4°. ten gevolge van dat alles, feitelijk staats-armenzorg , maar in den allerongunsiigsten vorm, zonder organisatie of regeling, telkens onwillig buigende en toch telkens aangroeijende — aangroeiende tot een' ondraagbaren, verpletterenden last voor eiken burger, tot een onvermijdelijk verderf voor Stad en Land.

In het tweede geval:

1°. een hopeloos staan der Armen tusschen de kerkelijke Gemeente, die hen, volgens hare meening, niet helpen kan, tusschen de burgerlijke Gemeente, die hen, volgens hare meening, niet helpen mag;

2°. een eeuwigdurend conflict tusschen de Besturen, omtrent dat

kunnen en mogen; 3°. eene steeds toenemende verwaarloozing der Armenzorg — eene

steeds toenemende uitbreiding van het Pauperisme; 4°. ellende, verbittering, wanorde, zoo niet erger.

Sluiten