Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

val steeds vlottend van de eene naar de andere! Bedeelen en altijd weder bedeelen zonder in te zien, dat ieder stuk gelds, wat gij in den afgrond werpt, alweder een nieuw deel van den rand doet afbrokkelen en in zijn Val medeslcept, wie nog zelfstandig op dien rand stonden. Bedeelen en altijd weder bedeelen zonder té begrijpen, dat de grootste weldaad, dien gij den Arme bewijzen kunt, is, hem te dringen tot de uiterste krachtsinspanning, om zich op te worstelen uit den bodemloozen poel der bedeelde Armoede, tot op den rand, van waar weder een weg leidt naar het zelfstandig maatschappelijk leven, naar het "Burger" zijn (Levensvraag, blz. 13).

Het laatste plegtanker in dien maalstroom is eem'glijk het toepassen der zoo verachte theorie: "baken streng en scherp de grenzen af, die het gebied der Armenzorg omschrijven en bepalen, voor "den Staat als Zelfbehoud, voor de Kerk als blijk van Geloof, Wijsheid "en Liefde"! Over die grens heen zij het, dat ze elkander "vrien"delijk de hand réiken", maar wee beiden, zoo hun voet elkanders grenzen overschrijdt, elkanders gebied betreedt; wee beiden vooral, als zij dit in ons Vaderland thans doen, nn juist eene nieuwe orde van zaken voorbereid is en toepassing moet ontvangen!

De Heer v. L. B. raadplege de verlichtste Staatslieden, de scherpzinnigste Oeconomisten, de edelste Menschenvrienden! hij raadplege ze in Nederland, hij raadplege ze in Europa! Zij allen zullen hem zeggen : het beginsel der Nederlandsche Armenwet is goed, zoowel voor de Kerk als voor den Staat, zoowel tot leniging der Armoede als tot bestrijding van het Pauperisme. Houdt daarom, gij kerkelijke zoowel als burgerlijke Armbesturen! houdt beiden krachtig aan dat "beginsel" dier Wet vast en — heeft de Wetgever, door drang van omstandigheden, misschien hier of daar dat beginsel niet scherp genoeg geformuleerd — "reikt elkander vriendelijk de hand" om die leemte te verhelpen. Eerst dan, wanneer elks gebied streng afgebakend is, maar de beide naburen in goede verstandhouding leven, en elkander behulpzaam zijn in het scheppen van orde en regel, in het houden van wacht en tucht, opdat, ware 't mogelijk, ook niet één Arme van 't een op 't ander gebied overslippe — eerst dan zal Nederland aanvangen te verademen, eerst dan zal het met iets bemoedigder blik de toekomst kunnen te gemoet zien.

Daarom dan gij allen, die het Vaderland waarlijk" lief hebt, die den Armen waarlijk wel wilt doen, die bovenal den zelfstandigen arbeider' den kleinen bnrger, ja zelfs (moest 't bij ons blijven als thans) een deel van den middelstand, behoeden wilt voor Armoede — sluit u aan-

Sluiten