Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Gij bovenal, Hervormde Diakonie! hebt daar grootelijks belang bij. Uw Ziekenfonds en de Inrigting die er nit bekostigd wordt, rust op Historischen grond, en al gaf Ik (de Stad Amsterdam) alle overige Diakoniën — wanneer ik gedwongen word de verpleging in de Gasthuizen kosteloos te geven — uit noodwendige consequentie, óók de hulp voor

"loopende en huiszitttende" zieken kosteloos Gij zoudt misschien in

een' regtstoestand verkeeren die n belette ooit u te onttrekken aan die Geneeskundige Verzorging uwer bedeelden. — Doch hoe dit ook ware: Mij is het om geenerlei nevenbedenking, mij is het om de zaak zelve te doen. En die zaak ia in zich zelve goed. Die regeling stelt Mij in staat mijn pligt te doen, zonder al te streng zijn; de Wet te handhaven en toch de omstandigheden, in aanmerking te nemen. Die regeling stelt mij bovenal in ataat, jegens alle burgers, evenzeer als jegens «He Kerkgenootschappen, gelijk billijk en gelijk regtvaardig te zijn. Daarom nogmaals ik bid u, treedt toe: wij allen zullen er èn als Burgers èn als Lidmaten van welk Kerkgenootschap dan ook, grootelijks bij winnen en wij zullen eendragtelijk zamenwerken tot beperking der Armoede, "lot beteugeling van den schrik der Natiën, ook de okze."

Zoo heeft de stad Amsterdam tot de Diakoniën gesproken; in dien geest heeft zij hare Verordening op de Geneeskundige Armverzorging ontworpen en vastgesteld; dien geest heeft de Schrijver van de Levensvraag

duidelijk en breedvoerig geschetst en ik vraag nogmaals:

Wat hebben de Diakoniën geantwoord aan de Stad?

Wat heeft de Schrijver der Opmerkingen geantwoord?

En is dit nu wezenlijk het antwoord van het "meerendeel" der Lidmaten; is dit het antwoord der Kerkgemeenten; is dit het antwoord des Evangelies?....

Men sta mij toe dat ik voor deze ééne maal mijn' persoon in de zaak meng. Het is wreed en pijnigend — en echter heb ik 't nu reeds jaren lang, in vele opzigten, moeten ondervinden — het is wreed en pijnigend, wanneer men zijn leven onvermoeid besteedt aan het voorstaan van Waarheid, Regt en Deugd, aan het wekken tot Volksveredeliug, aan het bevorderen van Volksheil en Volkswelvaart; — wanneer men zich in ootmoed, maar toch eerlijk en krachtig, bewust is, het beste in alle opzigten te willen, en, zooveel dat een' Mensch gegeven is, het goede te doen — het is wreed en pijnigend, dan doorgaande niets te vinden dan misverstand, tegenwerking, miskenning en zooveel meer als

Sluiten