Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die bede baat niet veel. Doch dit kan niet aan den Verhoorder liggen, maar het moet liggen aan den bidder. //Gij bidt en gij ontvangt niet," zegt jakobus //omdat gij kwalijk bidt." 'Die dus aan de uitgangen des jaars slechts met zijne lippen verkiest te zeggen: //Zijt mij genadig, 6 God F hij kan die moeite gerust sparen, want God zal hem en kan hem niet genadig zijn. Maar gansch anders is het met dien, die bij diepte des schuldgevoels, ingenomen met het bloed der verzoening, in geest en waarheid tot God naderende, bidden mag: //Zijt mij genadig, ó God F Trachten we ons te overtuigen in het laatste punt onzer overweging.

Laat ons twee dingen zien: — wat hij verwachten mag, en — of hij er zeker staat op kan maken.

Wat mag hij verwachten, die bidder? Brengen we ons te binnen, waar hij smeekend bij den Heere om heeft aangehouden ? Wat heeft hij begeerd ? Heeft hij niet begeerd, dat God hem genadig zijn mogt? Nu, d&t mag hij verwachten. En dat is dan waarlijk geen kleine zaak, het is niets meer en niets minder dan — wederherstelling in de goddelijke gunst en liefde; — het is vergeving van alle zonden hebben; — het is van een kind des toorns een kind Gods te zijn geworden; — het is van God zelf op een plaats gezet te zijn, verheven boven elke beschuldiging van den duivel, van de wet en van het eigen geweten; — het is den vrede Gods smaken, en voor het eerst of op nieuw vatbaar zijn voor den zoeten omgang met God en voor de uitlatingen zijner liefde; het is niet te vreezen te hebben voor de verschrikkingen der hel, en blijmoedig over dood en graf te mogen heenzien in de zaligste gewesten. Die genade ontvangt, overeenkomstig de tekstbede, kan voor dit leven in God gerust zijn en voor de eeuwigheid; hij kan rekenen

*

Sluiten