Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand gezondigd heeft, wij hebben eenen Voorspraak bij den Vader, jezus christus den Begtvaardige ?" ö De ziel, hoe schuldig ook, op dezen Hoogepriester, met zijn eigen bloed in het binnenste heiligdom ingegaan, starende, wordt innerlijk gerust gesteld. De Vader aanschouwt met volmaakt welgevallen het offer zijns Zoons en de vijf wonden hem aan het kruis geslagen, en — de berouwhebbende zondaar, starend op dien Middelaar, wordt in Hem met welgevallen aanschouwd. Gel.! gij moogt bij al deze gronden nog een vierde voegen, Gods heerlijke en waarachtige titel: //Hoorder der gebeden." En nu zou Hij, wiens eer het is, het gebed te hooren, den boeteling niet hooren, die daar in waarheid tot Hem roept om genade? Wat is davids ondervinding geweest, nadat nathan in gelijkenis hem op het roerendst zijne misdaad heeft-voor oogen gesteld en de koning het woord over zijne lippen heeft laten gaan: //ik heb gezondigd tegen den Heere?" Is hem niet op hetzelfde oogenblik verkondigd geworden: //de Heere heeft ook uwe misdaad weggenomen? Zoo mogt het ook de arme tollenaar in de gelijkenis ondervinden. Hij staat van verre, durft de oogen ten hemel niet heffen, maar slaat op zijn borst en roept: //ö God, zijt mij zondaar genadig," en ziet, naauwelijks is deze bede uit zijnen boezem ten hemel gestegen, of hij wordt gewaar dat een ongekende vrede zijn hart doorstroomt en //hij gaat af geregtvaardigd naar zijn huis."

Ik geloof, dat hier en daar en ginds in hèt heiligdom ettelijke hoorders in hun hart zeggen: //mogt dat onschatbaar voorregt ons te beurt vallen!" Hoe? slechts eenigen? Hebben dan niet allen er hetzelfde belang bij ? Waarom zouden dan niet allen begeeren zoo gelukkig te zijn, en dit jaar te sluiten in de zalige verzekerdheid: //wij zijn begenadigd, de

Sluiten