Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fleer heeft ons al onze zonden vergeven?" M. A.! Gaarne wilde ik, maar moeijelijk kan ik het mij voorstellen, niet alsof er geen genade genoeg bij God was, want de genade is een onmetelijke oceaan bij Hem; maar — ik kan mij niet voorstellen, op eenmaal de gelukkigste voorganger der gelukkigste gemeente te zijn geworden. Want, waarlijk, benijdenswaardiger mensch op aarde kan ik mij niet denken, dan ik mij den voorganger denk eener gemeente, die eenparig en van harte om genade tot God bidt, wier onnadenkenden en zorgeloozen zich met de belangstellenden, wier aanzienlijken zich met de geringen, wier bejaarden zich met de meer jeugdigen vereenigen, om niet af te laten den Heere om genade te smeeken, totdat Hij zijn vrede in hun hart gestort en hun begenadigd heeft. Zoo benijdenswaardig stel ik mij pkïkus voor, nadat hij, op den eersten ChristenPinksterdag de aangerande zaak zijns Heeren mannelijk verdedigd en tot geloof en boete vermaand hebbende, eene schaar van omtrent 3000 zielen zich zag toegedaan, //volhardende in de leer der x\postelen, en in de gemeenschap, en in de brekinge des broods, en in de gebeden." — Doch laat ik mij niet vleijen met verwachtingen, waarvoor ik geen gronden kan aanvoeren. Maar wat ik mag, dat wil ik doen, ik wil in den naam des Heeren, die is en leeft, eene poging wagen, of ik de onnadenkenden in eiken stand niet kan bewegen zich voor God te vernederen, om daarna die bewogen zijn verder aan te moedigen,

Geliefden! Wanneer ik poog u te bewegen, om u voor God te vernederen, dan beweeg ik u niet om laagheden te doen, maar ik beweeg u slechts om plaats te nemen daar waar het behoort, opdat God zelf u verhooge. Vernedert u, omdat gij gezondigd hebt, omdat gij gezondigd hebt van den eersten dag dezes wegkwijnenden jaars tot dezen laatsten toe.

Sluiten