Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is onder de actuele toestanden regt te verkrijgen, wanneer men zich beroept op de belijdenis der kerk, volgens verklaring der Synode zelve, regtens nimmer afgeschaft. — Maar dit mag alleen geschieden, zoo als de Schrijver zegt, wanneer men nog de gansche belijdenis van 1619 met tittel en jota vasthoudt; geschiedt dit niet, dan heeft een ieder regt om daarvan af te wijken, zoo ver en zoo grenzenloos als hij wil, zonder dat hij bereikbaar is voor die magt, die geroepen is voor de belangen der gemeente te waken. — Is die eisch billijk? Is er ook bij de bepaling dat om de drie jaren de belijdenis zou worden herzien, vastgesteld dat zij bij gebreke van daaraan te voldoen, haar verbindende kracht verliest, of mag daartegenover ook gesteld worden, dat zij onverzwakt haar regtsgeldig standpunt blijft innemen omdat nimmer eene wijziging heeft plaats gehad? — Immers ja.

Voorzeker zij die aan den inhoud onzer belijdenis blijven vasthouden behooren niet tot hen, die bijzonder gaarne van dien geest en hoofdzaak der belijdenisschriften spreken, nu zij de droevige ervaring hebben opgedaan welk gewetenloos spel er gedreven wordt met die. woorden, en met mij zullen velen instemmen met den Schrijver, dat de opregtheid en de waarheid gebieden die woorden hoe eer hoe beter uit de kerkelijke schriften weg te nemen, — maar wat dan? de belijdenis van 1619 blijven handhaven? en zij dan, die waar zij de hand in den boezem steken, maar die meer of min melaatsch terugtrekken, omdat er toch enkele

Sluiten