Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouverneurs en gouvernantes, de kindermeiden of bonnes er goed voor; altijd onder den schijn, dat het zoo goed is voor die lieve kleinen om eens onder vreemde oogen te zijn! Maar kan er zooveel geld niet op overschieten, dan is het toch maar een geluk', dat er legenwoordig zooveel scholen zijn. Al spoedig onderzoekt men, hoe jong ze wel op de bewaarschool geplaatst kunnen worden, en is men eenmaal zoo gelukkig, dat ze op de lagere school terecht kunnen, dan natuurlijk, hoe langer hoe liever: immers 't is zoo goed, als ze veel leeren! maar eigenlijk gezegd, is men zoo blij, dat men er zooveel uurtjes van af is! De overige tijd wordt op straat doorgebracht, waarmede? maar hoe kan een mensch dat nu weten, wat zijne kinderen op straat doen! als ze immers van avond maar weer vroeg genoeg in bed liggen, dat geeft rust, en ze zijn weer voor een

poosje bezorgd! Ongelukkige ouders, die zoo over uwe kinderen heen ziet, of die er niets inziet als zondebokken, of clowns, of wandelende kapstokken !

Ongelukkige kinderen, die niet beter opgevoed wordt, wat zal er van u worden ?

Neen, dan zijn die ouders er beter achter, die uit Gods woord geleerd hebben, wat hunne kinderen zijn; die als Jochébed hun kind hebben aangezien en bemerkt hebben, dat „het zeer schoon is», zooals Stephanus het van denzelfden Mozes uitdrukte, door onze kantteekenaren als „goddelijk schoon" verklaard. Die ouders hebben iets goddelijk schoons ontdekt bij hunne kinderen; die hebben ontdekt aan het voorhoofd hunner spruiten, dat God zijn verbond bezegeld heeft: dat God, de Almachtige Vader, hen erkent als zijne kinderen; dat de Zoon hun verzekert, dat Hij ze wascht in zijn bloed en dat de H. Geest hen tot lidmaten van Christus heiligen wil.

Ziet, dat zijn ze, die onderwezen moeten worden, het godgeheiligd zaad, de kinderen des koninkrijks, de kinderen des verbonds; en wie niet door zijne daden bewijst, dat hij dit gelooft, dat h\j dit aan zijne kinderen ziet, die zal eens van God moeten hooren: «Gij hebt Mijne kinderen den Moloch opgeofferd!»

In de tweede plaats geeft deze vermaning ons aan, wat aan onze kinderen moet onderwezen worden, n. 1. de eerste beginselen. Naar mijne meening heeft de wijze Koning hier allereerst het oog op de leer, die naar de godzaligheid leidt en wil hij, dat de kinderen in de eerste beginselen daarvan onderwezen worden. En zoo opgevat is deze les ook voor onzen tijd nog van ontzaggelijk nut, immers ze waarschuwt ons voor overschatting en voor te geringschatting der kinderlijke vermogens.

Sluiten