Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wordt wel door hem tot heden toe Verworpen en bestreden;

Doch zie, wij wachten nu maar af:

Wis zal hij kennis maken Met onze zaak, waartegen hij

Nu nog in vuur kan raken.

En is die kennis eens gemaakt,

Dan zal het licht verkeeren, Dan schrijft mijnheer kronieken vol

Om ons te releveeren.

Striktena, op niet irenischen toon:

Weer hebt gij alle vette schoof

U zeiven toegewezen, En ik, ik arme, ja ik mag

Slechts enk'le aren lezen.

Fustiga begint plotseling de- volgende regels van de Genestet uit te spreken :

„Zij deelden saam hun lief en leèd, zelfs hun sigaren,"

„In hun Latijnsche jaren!" „Nu zonder schroom, zonder schaamt' of ontzag," „Declineeren" „Deze heeren" „Elkanders talenten, moreel en gedrag!"

(Hij voegt er bij:)

O , geestige de Génestet! 'k Denk aan u altemet.

(Stengel kan zich niet weerhouden tot den laatsten spreker te zeggen:

De leekedichtjes boeien u

(Ach, dat het anders werde!) Meer dan Calvijn ; althans gij brengt Die telkens weer te berde.

Sluiten