Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Van Penten aanziende, vervolgt Stengel :) En gij! ja eertijds steund' ik u,

Gij waart bij mij in eere; Maar 'k hoorde nn, dat feitelijk Gij afwijkt van de leere.

Daar gij dus dwaling binnenloodst, ' Mag ik niet meer u steunen, En nu zult gij u zeker niet

Heel veel daarom bekreunen;

Doch dat 's uw zaak. Mij dwongt g' hiertoe

Door al uw vreeslijk tieren, Door roekeloos en teugelloos

Uw driften bot te vieren.

Vaarwel dan! — 't Doet mij bitter leed,

Ja, diep kan 'k het betreuren, Dat gij dien grooten, achtbren man,

(hij wijst op Tobbema)

Zoo door het slijk kunt sleuren.

En wat ik doe, is tot uw best;

o, Mocht gij er uit leeren Om t' overdenken, wat ge deedt

En met berouw te keeren.

(Fustiga valt aanstonds weer in, zeggende:) „'t Is nu der Liefde gouden tijd," „De tijd, waarin we leven!" „Vraag toch maar rond. Men bijt en strijdt" „Door Liefde alleen gedreven." „De Liefde doet den naaste leed," „Dat 's tot zijn best, beweert ze;" „De Liefde is hard, is scherp, is wreed ," „Dat is juist liefde, leert ze."

Sluiten