Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, als ik mij er in verdiep , Zou 't harte mij bezwijken.

Talenten hebt gij (ik erken 't)

Om goed t' organizeeren; Doch moeten die dan dienste doen

De leer te declineeren ?

(Fustiga, Tobbema aanziende, zegt:)

Hoe meesterlijk verstaat gij toch De kunst een slag t' ontwijken:

Een ander zou in zoo'n geval Yan angst en vrees bezwijken.

Verplettren kunt gij meesterlijk En — zonder t' overtuigen:

Hoe menig tobbetje sloegt gij, Meedoogenloos in duigen!

Hoe broederlijk maakt gij verdacht

Tal van geachte lieden; Zeg, groote man! (doch soms heel klein)

Mag dat maar zoo geschieden ?

(Tobbema geeft bescheid als volgt:) Insinuaties van dien kant ?

Wie zou zulks ooit verwachten! — Toch wil 'k de broeders van daar ginds

Niet minder er om achten.

Als d' eene zich vergallopeert,

Mag d' andr' er niet voor boeten;

Neen, menig broeder van dien kant Komt mij dit leed verzoeten.

De liefde voor de oude leer Drijft meen ik bij hen boven,

Sluiten