Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoordde de Heere haar met deze vertroostende en onderwijzende woorden uit Ps. 91:

Hij die op Gods bescherming wacht, Wordt door den hoogsten Koning Beveiligd in den duist'ren nacht, Beschaduwd in Gods woning.

Uit deze woorden trok zij zooveel krediet voor den Heere en vertrouwen op zijne beschermende goedheid, dat ze gerust ging slapen. En ofschoon in veel droomen veel ijdelheid is, moet ik toch de kinderen iets zonderlings mededeelen wat zij in dezen nacht droomde. Terwijl zij insliep, droomde zij dat haar stervensuur gekomen was. Zij bad in haar droom, och Heere, waar zal ik blijven, en terwijl zij bad, kwam een persoon die haar bij de hand nam en de poort des hemels open deed en tot haar sprak: «Laat de kinderen tot mij komen en verhinderd ze niet, want derzulken is het koningrijk der hemelen". Toen mocht zij binnenkomen en zag die heerlijkheid, in al zijn schoonheid en luister. Ook zag zij daar haar grootmoeder, die al in den Heere was ontslapen. Toen zij een wijle had vertoefd, verging de wereld, en zei de zij: »ik mocht Gods volk mede binnenhalen." En wie, zeide zij op blijden toon, denk je dat ik greep? buurman L., een vriend, dien zij innig liefhad. Verschrikkelijk was zij den ganschen dag hierover aangedaan als zij het vertelde. Haar moeder zeide tot haar, kind het zal voor U toch wat te zeggen zijn als gij verloren moet gaan.

Op dien tijd nam de ongesteldheid weer op een hevige -wijze toe. De zenuwen werden haar bijna geheel meester, tegen alle middelen van den geneesheer in, en, ofschoon zij hiervan weer bijna geheel herstelde, ging zij toch van jaar tot jaar aohteruit. De ouders bespeurden in haar van tijd tot tijd meer werkzaamheden, wegens haar eeuwig belang; daar zij altijd met vrees voor den dood bevangen was, had zij maar behoefte dat de Heere haar mocht bekeeren. Evenwel konden de ouders het doel van Gods weg met haar nog niet bezien, zooals dit later is geschied; maar dachten dat haar ziekelijken toestand en de kracht der opvoeding haar geweten deden spreken, gelijk dit wel meer het geval is bij kinderen, die onder de waarheid zijn opgevoed, en toch in latere levensjaren openbaren, niet de minste indrukken te bezitten van dood of eeuwigheid.

Ook het gewichtvolle van haar ziel en het vooruitzicht van

Sluiten