Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koningen, hoe zeer geducht, Zijn met hun heiren weggevlucht;

Zij vloden voor uw oogen. De buit van 't overwonnen land Viel zelfs der vrouwen in de hand, Schoon niet meê uitgetogen, enz. Toen zeide zij: o moeder! Wat heb ik tooh gezongen. »De buit van 't overwonnen land viel zelfs der vrouwen in de hand." En, u heilzon is aan 't dagen, en dit alles voor dat lieve volk van God, daarvoor had zij het gezongen. Zij onderscheidde zich van alle schraapzuchtige loondienaars, die enkel voor hun zeiven strengelijk hunnen arbeid eischen. (Jez. 58 : 3.) Als zij dan voor het volk des Heeren alle deze weldaden zag, werd het haar wel eens bang voor het hart, dat zij daarvan zoude verstoken blijven. En gelijk de boozen tegen de bejaarden zegt, gij zijt te oud, zoo zegt hij tegen de jongere, gij zijt nog te jong, zoude de Heere al naar zulke jonge kinderen hooren? Zoodanige inwerpingen des boozen wierpen haar voor den Heere neder met de behoefte in het hart, dat Hij haar toch openbaren mocht, of Hij al zoo jong van haar wilde gezocht wezen. Hierop ontving zij deze vertroostende en bemoedigende woorden uit Ps. 8 : 3. Uit de mond der kinderen en der zuigelingen hebt Gij uw lof toebereid. Eno kinderen ! Wat deed de Heere haar uit deze woorden veel troost en vrijmoedigheid scheppen in de toenadering tot zijn genadetroon. Maar gelijk het al het volk des Heeren gaat, als de kracht van zijn woord in onze ziel gemist wordt, dan worden ook de handen slap en de oogen duister om daar eenigen troost of sterkte in te vinden. Zoo was het ook bij haar, zij geraakte weer spoein dezelfde bezwaren, maar zij stelde haar zeiven wederom bij vernieuwing voor den Heere, en wierp de klachten van haar hart voor Zijn aangezicht neder. En die God, die nog nooit tot den huize Jakobs gezegd heeft, zoek mij te vergeefs, wilde ook haar niet verstooten, maar sprak haar toe deze hartversterkende en getrouwe woorden: Zoude Ik het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken ? Zoo mocht zij menigmaal opgebeurd en versterkt op Zijnen naam leeren hopen.

Doch kinderen, de Heere wilde haar ook gelijktijdig leeren, wat zij was en moest haar ook leeren, dat Hij alleen Israëls heelmeester was. Daarom ontdekte Hij haar ook aan hetgeen waaraan zij zoo menigmaal vast zat, en waarop zij hare hope bouwde,

Sluiten