Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geerten eens mocht vervullen. Hierop kwam dit versje in haar hart, Ps. 65 : 6:

Gij geeft, dat d' uitgang van den morgen En van den avond juich',

En dat men U, voor al uw' zorgen, Ootmoedig dank betuig. Wat was zij nu met blijdschap vervuld; een ieder kon het aan haar zien. Haar broertje zeide: nu kunt gij wel zingen, Marie! Ja jongen, sprak zij, de Heere doet wonderen. Hij alleen. Haar vader te huis komende van zijn arbeid, zeide tot haar: wel Marie, wat zal dat in den Hemel heerlijk zijn! De koningin van Scheba, een mensch die alle pracht gewoon was en toch, bij Salomo alles ziende, bleef in haar geen geest meer over, en zij moest bekennen: de helft is mij niet aangezegd. Ja, vader zeide zij. maar meer dan Salomo is hier. Hare hoop kon zoo levendig worden en de begeerte van haar hart zoo sterk naar den Heere uitgaan, dat zij haar niet kon verbergen; maar openlijk er voor uitkwam en zeide: heusch vader, ik heb toch dikwijls zoo'n trek om te bidden (zij bedoelde hardop bidden); maar, zeide ze, als er groote menschen bij zijn, dan durf ik niet. De vader gaf haar raad; zeggende: Hijn Hef kind! geloof mij, als de begeerte komt, vraagt het vrij, al waren er honderd menschen bij; want dien meerdere Salomo, de Heere Jezus Christus; moet als die groote Doorbreker voor ons aller aangezichten heengaan; ja zelfs voor de uitnemendste van zijn kinderen. Zij kunnen van haar zeiven niets doen. Zij geloofde dit ook van harte; maar toch, hiertoe bezat zij den moed nog niet Den volgenden morgen als zij van haar bed was afgekomen, zou zij om de zwakheid en vermoeidheid van haar lichaam, haar morgengebed maar zittende op haar stoel volbrengen; maar met alle kracht kwam in haar hart: Voor mij zal alle knie zich buigen. Toen zeide zij: Ja Heere! Gij zijt dit waardig, ik zal het doen, al moet ik er ook henen kruipen. Zij zag die waardigheid in God en deed het van wege Zijne hoogheid.

Zoo gebeurde het ook dat haar jongste zusje tot haar zeide: Marie ! wat wordt ge toch mager. Och kind, was haar antwoord, dat is niets, al kwamen er de knokken doorheen, als de Heere mij maar bekeerd. De kinderen moeten het woord bekeerd van Marie zoo opvatten, dat zij hiermede bedoelde, om te weten dat hare zonden vergeven waren, want gij zult dat wel bemerkt hebben,

Sluiten