Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij zag maar bizonder op die gunst uit Sion, waarmede God Zijn volk wil gadeslaan.

Alle kinderen die daarop zien en om bidden, maar altijd oprecht, die worden zalig. Als dan haar hart hier over beklemd was, antwoordde de Heere haar met deze woorden voor de tweedemaal: zou Ik het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken? Neen kinderen! dat doet de Heere nooit. Al wat Hij tot u zegt in Zijn Woord, dat meent Hij. Daarom werd zij ook wederom zoo vertrouwend op Zijn beloften, ja, zij steunde op Zijn woord; en na die mate dat de hope in haar sterk werd, kon men de liefde in haar zien ontspringen. En o, wat werd haar het lijden nu dragelijk en alles wat haar werd aangedaan, was dan Gods goedheid en ontferming over haar. Als zij dan door de zwakte van haar lichaam in enkele dagen niet veel kon spreken , vroeg de moeder, vergetende haar zwakheid, aan haar kind: ik hoor u zoo weinig meer zeggen, daar is toch zoo'n volheid in den Heere! Ja moeder, antwoordde zij, maar ik kan altijd niet spreken. Maar hoort, hoe beschamend zij de moeder aansprak, zeggende: lk hoor er u toch ook zoo weinig over praten; en dat zij ze alles zoo eenvoudig en vermanend, dat alle die weinig over den Heere en zijn dienst spreken, er nog beschaamd over zouden moeten worden. De ouders merkten ook, dat allen niet even gemakkelijk met haar konden spreken, en wel om deze reden, dat niet allen even goede begaafdheid hebben om met kinderen te spreken, want (kinderen hooren bij kinderen;) soms ook wel wegens de zwakheid van haar lichaam of te hooge woorden. Als zij door zwakheid niet veel kon spreken, deden de ouders dit voor haar, want die wisten alles omdat de gulle Marie niets achter hield van hetgeen de Heere deed; vele grooten mogen van haar een lesje leeren, maar dat daar gelaten. De moeder die vertelde, ja zoo dikwijls dat de duizendkunstenaar (ik bedoel den duivel), er haar mede aanviel, en de vraag liet doen: ¬ęKind, waarom laat gij mij altijd maar vertellen, ik wordt hiermede aangevallen, dat het toch zoo gemakkelijk niet zal gaan. Dat was voor haar een pijnlijke slag als haar de sluier werd afgenomen. Zij begon te weenen en zeide tot haar moeder: denk u dat ik ei mede jok. Ik behoef toch voor menschen niet te verschijnen, want de Heere weet alle dingen. Haar ziel was geweld aangedaan. Een ieder kan hieruit leeren hoe voorzichtig men moet zijn om door onvoorzichtigheid

Sluiten