Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het werk Gods niet aan te randen. Nogthans de waarheid zegt: •De rechtvaardige sla mij en het zal weldadigheid zijn. Hij bestraft mij en het zal olie des hoofds zijn," en zoo was het bij haar ook, het zou haar hoofd niet breken. Ook zoude de liefde er niet door verminderd worden, want haar moeder, die veelal des nachts bij haar sliep, werd door haar met de teederste liefde omhelsd en geliefd, om dat zij hier den Heere in zag die haar zoo een geliefde moeder had gegeven. Zij drukte dat ook uit, zeggende: O moeder ik heb u zoo lief! De moeder hierop vragende: mij toch zeker wel het meeste. Zij antwoordde neen: »Want wie vader of moeder lief heeft boven mij, is mijns niet waardig". Zoo betoonde zij dat het dierbaarste dat de Heere haar gaf op aarde niet was te achten bij de waardigheid die zij in den Heere Jezus vond, en was dus een rechte discipelin. Het behaagde den Heere ook om haar hoop niet te beschamen. De tijd van haar sterven zou wel haast aanbreken. De Heere wilde ook naar zijn belofte haar zjjn naam doen prijzen niet alleen in hope, maar ook in de vervulling van al zijn beloften aan haar gedaan. En dit geschiedde veertien dagen voor haar dood. Toen gebeurde het, dat zij des middernachts haar moeder wekte en zeide: o moeder, wat heb ik het goed aan mijn hart. Dewijl ik met den Heere biddend werkzaam was, kwam krachtig in mijn hart, uw zonden zijn u vergeven. De moeder geen gelegenheid hebbende tot vragen, omdat het meisje overstelpt was van liefde, moest wachten, totdat zij zelf ging vertellen, wat er met haar was geschied. Terwijl zij hare stem des nachts biddend tot den Heere ophief, dat zij toch een vat ter eere mocht zijn, kwam de Heere haar krachtig te betuigen, dat zij uitverkoren was van voor de grondlegging der wereld. Zij riep toen in verwondering uit, ik Heere, ik! Toen kwam haar dit woord in het hart, Maria! Zij verstond de stem van den Heere Jezus en zeide: Rabouni! Zoo kwam haar wederom de vraag terug: Wat wilt gij dat Ikudoen zal? En zonder overdenking,drukte zij haar begeerte uit, zeggende: Heere dat ik ziende mag worden. Hierop daalde de woorden van den zaligen Jezus zoet en zalig in haar hart, uw geloof heeft U behouden, gaat heen in vrede. Nu was het in haar hart niet anders als een opborrelen van het water uit de fontein des levens. De waarheid was voor haar een geopend boek vol zalige woorden des levens, uitgaande uit den Heere Jezus. Uitspreken kon zij ze niet; maar als eene hoofdsom drukte zij ze uit, Mijne vrede geef Ik u, mijne vrede laat Ik u, niet gelijkerwijs

Sluiten