Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar moeder zeide des nachts tot haar: kind wat doet gij ? 0 ! moeder, zeide zij, Ik moet schreeuwen: 's Heeren goedheid kent geen palen!

Ik heb die vrouw wel bedankt moeder, maar de Heere heeft het gedaan. Dit was bij haar een vaste gewoonte geworden om haar ouders of anderen voor de minste weldaad te bedanken, maar als middel in Gods hand en zoo had zij die vrouw ook gedaan. Het was bij haar alles, liefde, wat de Heere deed. En daarom zeide zij: Wat gevoel ik toch een liefde in mijn hart, naar dien lieven Heere Jezus. Dan nam zij de hand op de borst en zeide: Ps. 84 : 1:

Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot, O Heer 1 der legerscharen God! Zijn mij Uw huis en tempelzangen! Hoe branden mijn genegenheên, Om 's Heeren voorhof in te treên. enz. Dat was haar begeerte, hoe branden mijn genegenheên, om 's Heeren voorhof in te treên.

Zoo was het weer op een volgenden morgen, dat zij kermde van pijn, en zeide: O! moeder, mijn borstje. Ja kind, zeide haar moeder, het zal spoedig met je gedaan zijn. O, dat is niets moeder, zegt ze, want de Heere is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Den daaropvolgenden rustdag had zij zoodanige zwaren koortsen, dat hare ouders niet anders dachten, of het stervensuur was aangebroken, daar zij ■ van Zondagmorgen tien uur tot Maandagmorgen buiten kennis lag. Toen zij weer bjj mocht komen, vroeg de moeder, hoe het met haar ging. Goed, zeide zjj: De Heere is nabij. Nu voel ik het verschil. Toen ik onlangs onder het gehoor zat van Ds. Impeta, en dat versje mede zong van den buit van 't overwonnen land, toen zeide ik: o Heere! dat is allemaal voor uw lieve volk. Och, mocht ik er ook eens een van wezen. Maar nu heeft de Heere mg verhoord en deelachtig gemaakt. Nu zing ik niet meer alleen voor zijn volk, maar ook voor mjj zeiven dit versje (Ps. 138):

Dan zingen zij in God verblijd, Aan Hem gewijd, Van 's Heeren wegen. Op dat oogenblik kwamen er twee leden van haar familie in om haar te bezoeken. Als dezen tot haar zeiden, dat ze zoo'n groot voorrecht had, antwoordde zij: ja boven duizenden. A1b

Sluiten