Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Toen haar zuster schreiende vertrok, riep zij haar nog na met een doordringenden stem, Maartje! Maartje! denk er om. Zij had zooveel liefde en vrede in haar hart, dat zij haar magere, afgekloven handen uitstak en zeide: O, als ik den Heere zoo eens grijpen kon, wat zou ik Hem aan mijn hart drukken; maar dat kan ik nu niet. Maar boven, daar zal ik het doen, deze liefdetrekken van haar ziel deden haar al de smarten vergeten. Ziet kinderen, hoe goed de Heere is om op zulk een ziekbed zoo veel ondersteuning te geven. Dat is een bewijs, dat Hij is een waarmaker van zijn woord, als Hij zegt: nik zal ze ondersteunen op het ziekbed, in zijn krankheid veranderd Gij zijn gansche leger." Zoo lag zij dan gestadig geborgen achter het schild des geloofs, vol van vertrouwen op haar God, als een jeugdige Christin voor de zalige eeuwigheid. De vader moest zeggen: 't is voor mij een wondere verrassing, als ik uit mijn huis ga, tegen een kind van mij te mogen zeggen, de Heere zij met U, en te huis komende op mijn vragen te hooren zeggen, vader ! de Heere is nabij en daarbij te zien dat hunkerend verlangen om van hier te verhuizen naar de zalige eeuwigheid en God te aanschouwen van aangezicht tot aangezicht. Als hij bij haar waakte zeide zij: O vader! u moest het eens voelen, hoe dat ik verlang om ontbonden te worden. Maar zegt ze: »De altooswijze raad des Heeren, houd eeuwig stand, heeft altoos kracht, wie zal Zijn hoog besluit, ooit keeren, 't blijft van geslachte tot geslacht." Daar gaf de Heere haar dan weer het volle genot uit, om in zijn raad te berusten.

En alhoewel zij veeltijds in het volle genot verkeerde, zoo liet de Heere om zijn wijze redenen de maat van zijn liefde niet altijd in haar overloopen. Was dit zoo, dan voelde zij haar pijn en smart wederom in groote mate. Want haar smartvol lijden bracht dit als van zelfs mede. Hier.dan zoo in nederliggende, bepaalde de Heere haar bij Davids klachten, Ps. 38 : 9:

Maar wat klaag ik, Heer der Heeren ! Mijn begeeren Is voor U, in al mijn leed,

Met mijn zuchten en mijn zorgen, Niet verborgen; Daar gij alles ziet en weet. Dan sprak zij weer vol moed en geloof: »Dat is waar ook Heere, Gjj hebt meer, veel meer geleden, want Gij hebt als de

Sluiten