Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtvaardige een onrechtvaardig lijden ondergaan, daar ik onrechtvaardige, reohtvaardige smarten lijd." Dit zoo opmerkende, was zij gansch onderworpen aan des Heeren wil, ja, voelde weer geen pijn. Als zij dan weer zag, hoe dat de Heere haar boven zoo veel anderen gunstiger had aangenomen, daar ze toch niet beter was, dan was zij hier zoo over aangedaan, o! dan kon zij alles, wat de Heere haar hier ook beliefde op te leggen, dragen en goedkeuren. Haar einde, zei ze, zoude toch spoedig aanbreken. Zij zou na korten tijd uit Mezech gaan naar 't hemelsch vaderland. Haar lichaam werd ook vliegende gesloopt en verminderde van oogenblik tot oogenblik. Toen de moeder aan haar vroeg: «Marie, zoudt gij nu gaan sterven?" Was haar antwoord «neen, nu nog niet." De moeder weder vragende hoe of het met haar gaan zou, ontving tot antwoord «wel goed, ik waag het op den Heere."

Als de moeder zag dat haar stervensuur begon te naderen en haar droefheid in schreien openbaarde, werd zij oogenblikkelijk door haar stervend dochtertje aangesproken, zeggende: «moeder, gij moet niet schreien, de Heere is toch immers goed." Zoo schikte zij zich tot sterven en is van lieverlede weggezonken in den laatsten strijd des doods, totdat zij eindelijk haren laatsten doodsnik heeft gegeven, haar adem heelt uitgeblazen en in de eeuwige zaligheid is ingegaan, om daar nu liefde en lof voor Hem ten offer te brengen in 't heiligdom, daar 't volk vergaderd is.

Zoo is zij dan vertrokken naar dat hemelsch vaderland der ruste, waar eeuwig blijdschap en verheugen het overvloedig deel haars bekers wezen zal.

Wie zal nu van haar zeggen, zij is dood? Zij is de dood ontvlucht en leeft nu tot in eeuwigheid. Want Jezus zelve zegt: Zij die in Mij gelooven, zullen den dood niet zien, maar leven. Haar lichaam, ja, dat slaapt; maar Jezus zal het eenmaal wekken en heerlijk stellen tot zijn eer en lof. Wie zal haar nu beklagen; al was ze een bloem, te vroeg geplukt. ' Neen, niemand zal haar lot betreuren, maar liever zeggen, «zalig zijn ze, die in den Heere zijn gestorven." Daarom staren wij haar na in hope en verwachting en 't versje is bevredigend en lieflijk voor ons hart: Vrome, vroeg gestorven vrinden, Slechts zijt gij mij wat vooruit; 'k Zal u allen wedervinden, Als Jezus ons het graf ontsluit.

Daarom zeggen wij, wat zijt ge toch vroeg uw kooi ontvlogen,

Sluiten