Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat is de strik, de knip, het net, toch spoedig voor uw weggeruimd. Wat zijn uw banden vroeg geslaakt en weggeworpen. Wij zien reeds door de oogen van 't geloof, haar reis volbrengen; daar staat die geestelijken maagdenstoet, om haar op zijn bevel met blijdschap en verlangen in te halen, en haar te brengen in 't paleis des grooten Konings. Daar kan ze nu den Heere Jezus eens omhelzen en zich volmaakt in Hem verlustigen. Nu is zij bij Gods altaren, bij God, haar God, de Bron van vreugd, nu kan zij juichen, stem en snaren tot roem van Zijne goedheid paren; want nu is zij naar kortstondig ongeneugd, eindeloos verheugd. Wat zal zij zich verwonderen! De Heere kennen op volmaakte wijze, Hem zien van aangezicht tot aangezicht; en Zijn volk, dat Hij heeft zalig gemaakt en de gedienstige en volmaakte troongeesten met al de zaligheid en heerlijkheid des hemels. Wie zal 't zich verklaren? Wij zien haar als verwonderd sions tempelzalen doorkruisen, roepende, o gij, mijn ziel, looft gij hem bovenal! Zoo heeft ze haar zwaai en spoor den ganschen hemel door, zij ziet meer dan de heilige engelen ooit hebben kunnen zien. 't Is alles de verlossende liefde van den Heere Jezus. Haar blijdschap zal nu onbepaald, Door 't licht, dat van Zijn aanzicht straalt, Ten hoogsten toppunt stijgen. Daarom zal ze Hem verhoogen boven allen lof en prijs en zeggen, Gij zijt waardig te ontvangen, de lof, de eer, aanbidding en dankzegging tot in eeuwigheid.

Maar wat zullen we verder haar geluk beschrijven. Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, en in geen 's menschen hart is het opgeklommen, wat God haar bereid heeft. Neen, wij gaan niet verder, maar hebben ook nog een andere taak te vervullen, want terwijl zij naar den hemel henen vloog, liet zij ons aardsch huis ten deel, omdat dit zondig vleesch zou keeren tot het stof. Wij hebben ook de laatste plicht aan haar volbracht, want was de geest tot God gekeerd, die hem heeft gegeven, zoo moest ook haar vleesch tot de aarde keeren, waaruit het was genomen. Het was voor ons een heuglijk oogen blik, haar naar den doodenakker heen te brengen, naar die stille rustplaats van Gods dooden. De nagedachten waren recht behoorlijk voor ons hart, als wij dachten aan de woorden van den Heere Jezus: »Het dochtertje is niet gestorven, maar het slaapt." Ook zeide de Heere dit van Lazarus, zeggende: «Lazarus, onze vriend slaapt." Welke bevredigende woorden worden hier gesproken. Nu zeggen wij ook met Martha, dan zal ook zij eenmaal opstaan in de opstanding ten

Sluiten