Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelie, vergezeld van Gods genade, en een geheiligde ondervinding in het hart dergenen die dat 'Evangelie verkondigen, gepaard ( met de werking des Heiligen Geestes, wordt in de Schrift dikwijls vergeleken met rivieren, bronnen en waterplassen. Maar ten ïij de Engel des Verbonds, door de werking des Geestes leven geeft en de middelen der genade zegent, wordt er niemand van zijne geestelijke kwalen genezen, daar de uitnemendheid der kracht Godes en niet des menschen is. En zonder geloof kan men niet wandelen in de kracht Gods, noch zich verblijden in zijne zaligheid. Onder deze machteloozen lag een arm man, die acht-en-dertig jaren krank was geweest. De alwetende Zaligmaker, die wel wist dat hij reeds langen tijd in dien toestand geweest was, vroeg hem of hij gezond wilde worden. De arme man die geen andere hoop had dan op het badwater, klaagde in antwoord op de vraag des Heeren, dat hij niemand had om hem in het water te werpen als het beroerd wierd, maar dat een ander hem altijd vóór was. Daarop zeide Jezus tot hem: „Staat op, neemt uw beddeken op en wandel." En onmiddelijk werd de man gezond, nam zijn bed op en wandelde. En het was Sabbath op dien zeiven dag. De Joden hem zijn bed ziende dragen, zeiden tot hem dat het ongeoorloofd was zulks te doen op den Sabbathdag. De man antwoordde-. „Die mij gezond heeft gemaakt heeft tot mij gezegd, neem uw beddeken op en wandel." De joden vroegen hem wie hij was, die hem dat bevolen had, maar de man kon hen zijn weldoener niet noemen, want Jezus was ontweken, daar er eene groote menigte in die plaats was. Kort daarop maakte Jezus zich aan dien man bekend «daar hij in den tempel was, en zeide tot hem: „Ziet,. gij zijt gezond geworden, zondig niet meer opdat u niet wat ergers geschiede." Het komt mij voor dat de langdurige ziekte van dien man een oordeel Gods was, over eenige snoode zonde, waaraan hij zich had ■ Schuldig gemaakt, want de Heere laat er op volgen dat hem wat ergers zoude geschieden, indien hij weder met die zonde zondigde. Deze man schijnt mij toe, geen van Gods uitverkorenen te zijn geweest, want Christus

Sluiten