Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

past hem niet eene verbondszegening toe of spreekt die tegen hem uit; Hij zegt niet: „Gij zone AMèÉhams," of „Uw geloof heeft u behouden," of „Zijn geloof heeft hem behouden," of „Uwe zonden zijn u vergeven," of „Ga heen in vrede," niets van dat alles. En toch was Christus dit gewóón te doen, wanneer de genezen patiënt een uitverkoren vat was. Christus kwam in de wereld om zondaren zalig te maken en droeg den naam Jezus om Zijn volk van hunne zonden te verlossen. Maar tot dezen man spreekt hij niets van verlossing, maar laat hem gaan onder het streng verbod, van niet meer te zondigen, en voegt er bij, dat hij een zwaarder oordeel zou ontvangen, als hij dit gebod overtrad, namelijk: „Opdat u niet wat ergers geschiede." Maar een mensch heeft geen kracht tegen de zonde. Een streng bevel, gepaard met eene dreigende straf, doet de zonde temeer kracht uitoefenen, en doet den satan harder dan Ooit daaronder werken. Adam en Eva beide waren verbondbrekers. De wet is door het vleesch krachteloos; zonder Christus kan men niets doen. Het is ons geluk dat de uitverkorenen in de kracht Gods door het geloof bewaard worden tot de zaligheid.

De man vertrok en zeide tot de Joden, dat het Jezus was die hem gezond had gemaakt. „En daarom vervolgden de Joden Jezus, en zochten hem te dooden, omdat hij deze dingen op den Sabbath deed." Op deze wijze deed deze ellendige een vervolging ontstaan tegen zijnen grootsten weldoener. Er is dus in het geheele verhaal niet de minste aanleiding om te kunnen denken dat deze man in de verkiezing Gods lag. Hij met veel anderen, ontvangt lijdelijke zegeningen, bevrijdingen en uitreddingen terwijl hem niets wat betrekking heeft op zijne zaligheid wordt toegevoegd.

Het antwoord dat de Heere zijnen vervolgens geeft is, dat Hij is en altijd geweest is een zamenwerker met zijn eigen Vader. „Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook." En daarom, als Jezus een Sabbathschender is, moet Zijn Vader het noodwendig ook zijn. Maar door dit /eggen werden de Joden te oproeriger, daar zij veronderstelden dat dit zonde op zonde te stapelen was.

Sluiten