Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% te handelen over ons zoonschap, waartoe wij waren verordineerd. Het hoogste getuigenis dat onzen Heere Jezus Christus gegeven wordt, is, dat Hij is de Zone Gods; Gods eeniggeboren Zoon, de Zoon des Vaders in waarheid en gerechtigheid; met den Vader yan dezelfde goddelijke natuur, als persoon onderscheidden maar dezelfde naar Zijne godheid. En daar God ons heeft uitverkoren om den beelde Zijnes Zoons gelijkvormig te zijn, zoo heeft Hij ons voorverordineerd tot aanneming tot kinderen, opdat wij eenigermate met Hem gelijk zouden zijn. En ik geloof dat de hoogste eer en het grootste voorrecht, dat ooit eenig menschelijk schepsel in deze wereld kan worden toegekend, daarin bestaat, een zoon of dochter des Allerhoogsten te mogen zijn. Het is veel grooter eer dan vorst, koning ot keizer te zijn, want dat is maar alleen voor de: e wereld. En hoewel de naam „Zone Gods," somtijds aan engelen wordt gegeven, Job 38 : 7, of aan overheden, Psalm 82 : 6 en 7, en ook wel aan huichelaars, volgens Gen. o : 4 moet er onderscheid gemaakt worden tusschen hun zoonschap en het onze. Engelen zijn zonen door schepping, gelijk alle menschen, volgens Mal. 2 : 10. Overheden zijn dit alleen door hunne bediening, maar zij sterven als menschen en vallen gelijk vorsten, Ps. 82 : 7. En huigelaars worden alleen zoo genoemd naar hunne uitwendige belijdenis, en dragen alleen dien naam, omdat zij uitwendig zonen schijnen te zijn. Maar eene Zone Gods te zijn door weder aanneming, door eene geestelijke herschepping en door een waar geloof, is een wonderlijk groote eer, en eene zeer verhevene waardigheid. Dit blijkt ook uit de allergenadigste en allerbemoedigendste belofte des Almachtigen, Jes. 56 = 3—5. En de vreemde die hem tot den Heere gevoegd heeft, spreke met, zeggende: de Heere heeft mij gansch en gaar van Zijnen volke gescheiden, en de gesnedene zegge niet: ziet ik ben een dorren boom. Want alzoo zegt de Heere van de gesnedene, die mijne Sabbathen houden en verkiezen 't gene daar Ik lust toe hebbe, en vasthouden . aan mijn verbond: „Ik zal hen ook in mijn huis en binnen mijne muren een plaatse en eenen naam geven, -

Sluiten