Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlicht was, profeteert hij anderen uit zijne eigene bevinding, wat Christus voor hen doen zoude, „Maakt u op, wordt verlicht, want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op. En de Heere zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God uwe heerlijkheid. En uwe zon zal niet meer ondergaan." En wederom: „Want ziet de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volkeren, doch over u zal de Heere opgaan en zijne heerlijkheid zal over u gezien worden. En de heidenen zullen tot uwen lichte gaan, en koningen tot den glans die u is opgegaan," Jes. 60 i 2, 3. Deze schitterende en bovenmate heerlijke verschijning, in welke de Heere Zijne gemeente bezoekt, is de aangeboren tint ot de natuurlijke zelfstandigheid van den Zone Gods. Dit kan gezien worden op den berg Thabor, naar welke onze Heere drie Zijner.discipelen met zich nam, namelijk Petrus, Jacobus en Jóhannes, toen hij voor hen van gedaante veranderde. Maar waarlijk, njne geringe vertooning die hij gedurende al de dagen Zijnes vleesches, op aarde maakte, mocht liever eene gedaanteverandering genoemd worden. Want door het lijden des doods was hy een weinig minder dan de engelen geworden, hoewel hij terzelver tijd, als Heere en schepper der engelen, meer dan twaalf legioenen van dezelve op zijn wenk en bevel ter beschikking had. Ja, Hij geeft zichzelven nog lager titel: „Ik ben een worm en geen man, een smaad der menschen en veracht van den volke." Allen die mij zien bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: „Hij heeft op den Heere vertrouwd, dat Hij hem uithelpe, dat Hij hem redde dewijl Hy lust aan hem heeft," Psalm 22 : 6-8. Indien nu de Heere des levens en der heerlijkheid verschijnende in die gedaante als dienstknecht, en te midden van zulke tergingen en bespottingen, niet kan gezegd worden van gedaante veranderd te zijn, wat moet het dan zijn. Want waarlijk, niemand kon ooit meer veranderd, verwisseld of vernietigd zijn dan Zijn beeld en gelijkenis, vooral als wij zijne verschijning zien, ons door Ezechiël, Daniël, Jesaja en Johannes beschreven, dan Hij in zijn lijden. In het eerste hoofdstuk van Ezechiël, het zesde van Jesaja en het

Sluiten