Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levendig maakt. De Zaligmaker getuigt zelve: „De Geest is het die levendig maakt. De woorden die Ik tot u spreke zijn geest en zijn leven," Joh. 6 : 63. Hieruit kunnen wij leeren, dat volgens de gewone loop van Gods . verbond, Gods woord en Geest altijd te samen gaan. Beiden zijn gegeven aan het Verbondshoofd, en door Gods bestel,*cgeeft Christus zieh aan al zijne leden. Daarom zegt de Heere: „Mijn Geest die op u is, en mijne woorden die ik in uwen mond gelegd heb, zullen niet wijken van uwen monde; noch van den mond uwes zaads, noch van den monde des zaads uwes zaads, zegt de Heere, van nu aan tot in der eeuwigheid toe," Jes. 59 : 21. Dit is mijn verbond met hen. Uit dit alles blijkt dat de Schepping van Adams ziel, en de verschillende vermogens waarmede zij verrijkt werd, en het licht, de kennis en de wijsheid waarmede zij begaafd werd, te samen met het beeld Gods, dit alles door de onmiddellijke ingeving van den Heiligen Geest ontstond. In dien staat was Adam het voorbeeld desgénen die komen zoude, Rom. 5 : 14, en die de Zone Gods genoemd wordt, Luk. 3 : 38. Maar ik ga voort om over Gods beeld in Adam .*<Éfi spreken.

1". De apostel zegt, dat het bestond in kennis: „Dewijle gij uitgedaan hebt den ouden mensch met zijne werken. En aangedaan hebt den nieuwen mensche, die vernieuwd wordt tot kennisse, naar bet evenbeeld desgenen die Hem geschapen heeft," Colos. 3 : 9 en 10. Hieruit blijkt dat de geestelijke kennis, die door den val verloren was, eenigermate in deze Colossensen hersteld was, door de vernieuwing des Heiligen Geestes, want deze vernieuwing in kennis wordt gezegd te zijn naar het beeld des Scheppers. En waarlijk, de kennis van Adam was zeer groot. Het is ook duidelijk dat alle geestelijke kennis door den Heiligen Geest wordt medegedeeld, ■ zoowel in de oude Schepping als in de nieuwe. „Zekerlijk, de Geest die in den mensche is, en de inblazing des Almachtigen, maakt haar lieden, verstandig," Job. 32 : 8. Adams kennis bhjkt uit de namen die hij gaf aan de schepselen, want, „Ieder gedierte des velds en eiken vogel des hemels, die God formeerde, deed Hij 1

Sluiten