Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar beeld verachten," Ps. 73 ; 18—20. Maar ik moet voortgaan. Daar wij allen uit het paradijs verdreven zijn, heeft God een „dal des gezichts" geopend, Jes. 22 : 1. En in plaats vau naar de poorten van Eden, moeten onze oogen gericht zijn naar „eene deure der hope," want Gods uitverkorenen zijn van eeuwigheid voorverordineerd, den beelde Cristi gelijkvormig te zijn. Dit verkrijgen wij niet door het voorbeeld (Adam) maar door den waren persoon (Christus). Niet door den eerstén Adam, maar door den tweeden. Niet door den aardschen voorganger, maar door den hemelschen. Niet door onze vleeschelijke ouders, maar door den Vader der eeuwigheid: niet door eene levende ziel, maar door den levendigmakende Geest. De Heere wilde ook niet toelaten dat het beeld van Zijn' dierbaren Zoon in den lagen weg van natuurlijke geboorte aan ons zou worden* medegedeeld, maar alleen door eene geestelijke wedergeboorte. Dit beeld krijgen wij niet door het verbond der werken, maar door dat des Evangelies of der genade. Niet door bevel, maar door belofte, niet door de werken maar door genade. De Heere geeft Zijnen Geest niet door de werken, der wet, maar door Zijne belofte in Christus Jezus. „De eerste mensch is uit de aarde aard6ch, de tweede mensch is de Heere uit den hemel." Hoedanig de aardsche is, zoodanige zijn ook de aardsche; en hoedanig de hemelsche is, zoodanige zijn ook de hemelsche. En gelijkerwijs wij het beeld des aardschen gedragen hebben alzoo zullen wij ook het beeld des hemelschen dragen. Doch dit zegge ik, broeders! dat vleesch en bloed; het koninkrijk Gods niet beërven kunnen, noch de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet," 1 Cor. 15 : 48—50. Het verlossingswerk is geëindigd en de verzoening wordt verkondigd. „God was in Christus, de wereld met zichzelven verzoenende." De gerechtigheid is voldaan, en Christus is opgestaan. Maar het werk der wedergeboorte en der vernieuwing gaat nog steeds voort, want „gelijk de Vader de dooden opwekt en levendig maakt, alzoo maakt ook de Zone levendig dien Hij wil." „Mijn vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook." Nu ga ik voort tot het volgende hoofdpunt dat

Sluiten