Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijken dwaas) weest getroost en blijde, gif hebt goederen opgelegd voor vele jaren. Ginds vindt men eenen anderen, die geacht en in een groot aanzien leeft, die zich wegens eene onmatige eerzucht troost (al treft hem ook iets anders), om dat hij in zijnen stand boven anderen verheven is, niet alleen, maar dat zoo velen zich voor hem buigen en zijne gunst zoeken; hij bedenkt niet dat hij als in een beeld wandelt, en haast tot stof zal wederkeeren. — "Vele troosten zich met hunne gezondheid en krachten , en de hoop op een lang leven, stellende den dag des doods verre. 0 welke nietigheden , welke verderfelijke troostmiddelen zoekt hij niet op, vooral, als hem op zijn levenspad onheilen treffen, waarmede hij zijn leed zoekt te verzachten, of de folteringen die zijn beschuldigend geweten wegens de vrees voor de naderende eeuwigheid hem aanbrengen, zoekt te ontwijken. Hoe vele duizenden helaas 1 meenen ook hunnen troost, als eenen genoegzamen grond voor de eeuwigheid gevonden te hebben in eene, voor God onbestaanbare eigene geregtigheid, die daarop als op eenen jammerlijken droggrond nederzitten, waarvan zij door schepselenkracht en vermogen niet af te brengen zijn, hoe hun de ongenoegzaambeid daarvan op de krachtigste wijze wordt aangetoond, bij wien het vrede is zonder gevaar. Hoe diep ongelukkig zijn deze, die het gebouw van hunne zaligheid op eenen zandgrond gezet hebben,

Sluiten