Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren Wijnstok; zij behooren Jezus geheel toe. Hij kent hen als de Zijnen; Mijne schapen, zeide Hij, hooren Mijne stem. Ik ken de mijnen en worde van de mijnen gekend. Hij bemint hen als de Zijnen; niemand, zeide Hij, heeft meerder liefde dan die zijn leven zet voor zijne schapen. Hij verlustigt zich in hen als in zijn eigendom, in hen gedurig als de goede Herder te leiden, hen te onderwijzen, te besturen, hen op te beuren en te vertroosten; hunne zielen te verkwikken door het manna dat verborgen is, en de wateren des levens; hen verzadigende met het vette van zijn huis, met het heilige van zijn paleis, zoodat zij wel van wege de vrolijkheid huns gemoeds juichen:

Hier wordt de rust geschonken: Hier 't vette van uw huis gesmaakt; Een' volle beek van wellust, maakt

Hier elk in liefde dronken.

Ja Jezus zal hen eeuwig als zijn eigendom voor zijnen Vader en de Heilige Engelen erkennen en doen genieten verzadiging van vreugde voor Gods aangezigt, liefelijkheden aan Zijne regterhand eeuwig en altoos; dan zal Hij als het Lam dat in het midden van den troon is, hen weiden en voeren aan de fontein der levendige wateren. Hij bad reeds voor dit zijn eigendom toen Hij nog op aarde was: Vader! Ik wil dat waar Ik ben, ook die., bij Mij zijn, die Gij Mij

Sluiten