Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zij in Hem leven. Zij gevoelen ook steeds bijzondere begeerten en liefdens-uitgangen naar Jezus; daar bij welgesteldheid des gemoeds, niets buiten Jezus hen vergenoegen kan, en in nadruk past op hen, wat Petrus betuigt: U dan die gelooft, is Hij dierbaar; om den wil van Hem wien zij toebehooren, k unnen zij in Zijne kracht, alles wat in de wereld is schade en drek achten ; daar zij om Zijnent wil zich zeiven willen verloochenen, smaad en hoon dragen, en hun leven zelfs niet dierbaar achten voor zich zelven.

Maar wie zoude het kunnen voorstellen wat het al in zich,bevat, met ziel en ligchaam het eigendom van Jezus te zijn ? Het moet bij ondervinding (en niet slechts maar in beschouwing) gekend worden wat het is, dat leven, in vereehiging, met Christus, in zijn gemoed te gevoelen. O! die zaligheid, die de geloovigen smaken, als zij gevoelen dat zij naar hun vernieuwd deel niet meer zich zeiven zijn, maar dat hun leven Christus is; die innige zielsverkwikking, die blijdschap die zij gewaar worden, als zij met hart en mond., met eenen Panlus kunnen betuigen, en deze betuiging door genade mogen beoefenen. Ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Dit is door mond noch pen uit te drukken ; ja zij zijn, hoe zij ook nog klagen en treuren moeten over inwonend bederf, in ziel en ligchaam, Jezus eigendom; want zij wenschen hem steeds

Sluiten