Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood, noch leven ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus. En aan de Korinthiërs schreef hij: die ons nu tot dit zelve bereid heeft is God, die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft. Wij hebben dan altijd goeden moed, en wetende dat wij inwonende in het ligchaam, uitwonen van den Heer; en aan Timotheus (zijnde in het gezigt van den dood gevoerd) schreef hij: Ik heb den goeden strijd gestreden; ik heb mijnen loop geëindigd, voorts is mij weggelegd de kroon der regtvaardigheid, welke mij de regtvaardige Regler geven zal in dien dag, en niet alleen mij, maar ook allen die zijne verschijning hebben lief gehad. Zoo zeer was de Apostel van zijne zaligheid, en van het eeuwig geluk aller geloovigen verzekerd ; daarom had hij begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn, als voor hem verre het beste.

In dit geloof vermaant Petrus de geloovigen , om hunne roeping en verkiezing vast te maken ; en hoe gemoedigd sprak bij door dit uitzigt, van de aflegging van den tabernakel Zijns ligchaams. Johannes betuigde: als hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem zien gelijk Hij is.

In dit geloof betuigde David, reeds in volle verzekerdheid van zijne eeuwige zaligheid: Al ging ik ook door een dal der schaduwen des doods ik zoude geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en uw staf vertroosten

Sluiten