Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwd Hij als aan Hem toegezegd, en zijne ziel verblijdt zich in den Heere. — De geheele schepping beschouwt Hij als het werk van de handen Zijns Vaders. — Al de zegeningen die hij geniet erkent hij als de bewijzen van Gods liefde, als de toevoegsels lot betere goederen. — Het is de verzekerde in het geloof, die in de droefenissen zich kan opbeuren met de gedachte: het is de hand van mijnen Vader die mij kastijdt, en die hiermede mijn heil bedoelt. — Hij mag bij het dreigen der gevaren uitroepen: God is mijn licht en mijn heil, voor wien zoude ik vreezen; Hij is mijne levenskracht, voor wien zoude ik vervaard zijn. — Hij verplaatst zich wel eens met zijne gedachten onder de verloste schare der hemellingen, en smaakt reeds bij voorraad de zaligheden die hem zijn weggelegd. En hoe voorbeeldig is dikwerf zijne gesteldheid bij het naderen van den dood; hoe gemoedigd kan hij hem tegengaan; hij beschouwt hem geen zins als een' koning der verschrikking, maar integendeel als de weldadige vriend, die hem zal overbrengen in de gewesten van stoorelooze rust en zaligheid, gelijk wij dit reeds hebben opgemerkt.

En welk een spoorslag is niet deze verzekering van eeuwig geluk, ja welk eene kracht

schenkt zij tot de oefening der godzaligheid.

Zal toch een geloovige, die de echtheid van zijnen genadestaat betwijfelt, Gode wel de eer

3

Sluiten