Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden, neen, dan toch waren vele godvruchtigen verpligt eigen woning en gezin de verlaten. Hoe schaars toch wordt het gezin aangetroffen , waar allen als één hart, en ééne ziel voor den Heere zijn; het tegengestelde vindt maar al te dikwerf plaats, hetwelk de godvrochtigen tranen doet storten voor den Heere, met de ootmoedige bede: Och Heere! dat mijne lieve betrekkingen, dat ons gansche huis U met 'mij dienen mogte.

De geloovigen. zijn in de wereld en moeten dikwijls, wegens hunnen stand en beroep, met zoodanige menschen verkeeren die van de wereld zijn, en het geen erger is, ook met zoodanigen onder deze van welke zij, zoo niet geheel, ten minste gedeeltelijk , afhangen.

O! wat hebben, niet alleen zwakkere, maar zelfs sterker geloovigen, in zoodanigen toestand noodig; van binnen hebben zij te strijden met eene zondige natuur; van buiten met aanleidingen tot de zonden, of vrees voor menschen j om schade, smaad of mishandeling te ontwijken ; hoe dikwerf verbergen zij dan niet hun geestelijk genadeleven; ja niet zelden worden zij weggevoerd door een los en ijdel natuurgestel, zoodat zij, eer zij er zelfs op bedacht zijn, in de strikken der vijanden zijn vervallen. — Wat zal hier elk opregt gemoed eene stof van klagen vinden, en moeten erkennen dat het maar al te spaarzaam is dat zij, zonder eenige gemaaktheid (waar toch ieder waar

Sluiten