Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, zoo wel als ïn het openbaar, den Heere in waarheid te dienen, kan een Christen zijne betrekking op God opmaken; uit deze begeerte, kenbaar gemaakt in zijne daden, wordt hij uit de vruchten van zijn geloof, van het eeuwige leven verzekerd, dewijl vleesch en bloed zulke gezindheden en werkzaamheden niet openbaren.

In waarheid begeert elke vriend en vriendin van God, het gansche leven den Heere te wijden. Ach hoe smartelijk vallen hen die rampzalige afwisselingen die zij steeds gewaar worden , waardoor zij somtijds verre van den Heere verwijderd worden, en den vrede tusschen den Heere en hun gemoed missen moeten. — Maar zij kunnen hun ieyen in eigen krachten den Heere niet toewijden; o neen! maar alléén in de kracht des Heeren. — In de kracht van Christus, die betuigde: zonder Mij kunt gij niets doen! vatten zij telkens het geheiligd voornemen op, om voor Hem te leven, in strijd, zelfs tegen de door hun vleesch geliefkoosde zonden. — Ja, hart en daden zijn dan vereenigd; zij wenschen zoo wel (en niet minder) in het verborgen den Heere te dienen, als in het openbaar. — Zij staan naar opregtheid en waarheid in het binnenste, en dit kenmerk van ware genade bespeurt men in alle opregten van harte; zij zijn vaak bevreesd dat anderen meer van hen denken, dan zij waarlijk bezitten en beoefenen. — Ja elk gemoed dat

Sluiten