Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelen nog niet zelden eenen, door geschapene krachten, onwederstaanbare onwil, lust en ijverloosheid in zich. Niet altijd, o neen! zijn zij in dadelijke beoefening van harte gewillig en bereid om den Heere te dienen. Over dien zondigen onwil storten zij velen tranen. O hoe veel traagheid in het benaarstigen, ja zelfs afkeer van geestelijke dingen, gevoelen zij dikwerf. Het is niet te beschrijven hoe verregaande de boosheid van hun onvernieuwd deel in hen werkzaam is. Ieder die geen vreemdeling is van zijn hart, zal mij dit gereedelijk toestemmen. Te weinig, helaas! kennen zij in beoefening die opgewektheid des geinoeds, om gewillig en met ijverden Heere te dienen; maar met dat al, hoe ieder godzalige dit betreurt voor den Heere, zoo is er toch waarlijk eene overgebogenheid door de kracht van het vernieuwd deel, dat door den Heiligen Geest opgewekt en versterkt wordt in hen, om den Heere gewillig, ijverig, ware het zonder zonden, te dienen. Zij hebben door genade nu een vermaak in de Wet Gods, naar den inwendigen mensch. Zij gevoelen lust om den Heere in ligchaam en geest te verheerlijken. Jezus buigt daartoe het hart, verbreekt den onwil, en maakt dat zij in Zijne inzettingen wandelen ; zin en wil, neigingen en gedachten met één' woord, hun geheel gemoed wordt overgebogen; zij roepen welmeenend uit: hartelijk zal ik U liefhebben Heere, mijne sterkte!

Sluiten