Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welk een troost: God is in Christus uvr verzoende Vader; gij zet uwe vreemdelingsreize door dit jammerdal voort, als aan Zijne band, onder Zijne naanwkeurige bewaring. Zonder Zijnen wil kan geen haar van uw hoofd vallen: terwijl de Heilige Geest, die in u woont telkens u de nieuwe verzekering geeft van het eeuwige leven. Dus hoevele bronnen van vertroosting zijn u geopend!

Zoek toch geenen troost in de nietige dingen buiten God; hoeveel znlt gij u hier tot uwe beschaming te herinneren hebben. Waar zoekt gij , in oogenblikken, waarin gij van den Heer en van uw hert verwijderd leeft, helaas 1 uwen troost niet, wanneer gij het tot de heuvelen en bergen wendt, van waar uwe hulp toch niet te verwachten is; 0! dat heimelijk steunen en zich verlaten op het nietig schepsel, waarmede gij zoo dikwerf bedrogen uitgekomen , en in uwe verwachting te leur gesteld zijt, ach werdt gij het eenmaal moede! — Ja gij belijdt het wel dikwerf voor den Heere, en schaamt u voor Zijn aangezigt, maar uw inwonend bederf misleidt u telkens om van Hem af te wijken, en om op rietstaven te leunen, die de hande doorboren, of om bakken uit te houwen die geen water kunnen dragen; o welk eene dwaasheid! en hoe troosteloos bewandelt gij dan uwen weg. Tracht dus biddend , door eene dagelijksche gemeenschap met den Heere, in zijne nabijheid te verkeeren »

Sluiten