Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is te danken aan een godvruchtig man, die zich teruggetrokken heeft in de eenzaamheid, aan Nicolaas van de Plue, die in 1481 zgn vaderland redde.

Zijn godsvrucht kon niet verborgen blijven. *) Hij werd weldra een vraagbaak voor aanzienlijken en geringen.

Er is eene vergadering te Stans van de hoofdlieden der kantons. Er is een hevige twist. Woedend staan zij tegenover elkander, en het oogenblik van scheiding is gekomen. — Onverwacht verschijnt in hun midden de machteloozë grijsaard, maar met den glans der godsvrucht op het gelaat. De vredemaker gebiedt vrede in den naam van Jezus Christus, en deze verbitterde mannen buigen zich voor deze geestelijke macht, en geven elkander opnieuw de broederhand.

De macht van Christus is immer dezelfde, maar kan alleen als een geestelijke macht heerschen. — Daar ziet men in de 13de tot de 15de eeuw godvruchtige mannen in het verborgen werkzaam. Men ziet den heiligen ernst en het goddelijk leven van eenen Ruysbroeck, s) Tauler, Geert Groote, Thomas

1) Otto Fünckk zag in een prachtige kerk in Zwitserland zijn afbeeldsel en daaronder deze woorden:

Het aangezicht Gods was het boek, waarin hij gedurende zijn geheele leven gestudeerd heeft.

1) Eerst in onzen tijd wordt er iets van de schriften van dezen voortreffelijken man openbaar. Eene proeve daarvan, getiteld: Drie boeken.

Indien gij des avonds daarvoor tijd hebt, lees dan voor dat gij u ter ruste begeeft, drie boekskens, die gij immer bij u moet dragen.

Het eerste boekje is oud, leelijk, onrein en met zwarten inkt geschreven.

Het tweede boekje is wit en schoon, en met bloed beschreven.

Het derde boekje is blauw en groen, en beschreven met fijn goud.

Gij zult in de eerste plaats uw oud bóekske overlezen, dat is uw ou-le leven, dat zondig en gebrekkelijk is. Daarom keer tot uzelven in, en open dat boek van uw geweten, dat toch immer geopend is voor het oog van God, en waarnaar een ieder zal geoordeeld worden. Noodig is het voor u, dat gij daar wel op let, en uzelven beproeft en uzelven oordeelt, opdat gij niet veroordeeld wordt.

Sluiten