Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

HET WOORD DAT ZALIG MAAKT.

Want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de nienschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden.

Hand. IV: 12

Men hoort in 't woud een dof geluid, Het dreunt van uit de donkre blaren.

Wie legt mij 't droevig klaaglied uit? lvuat gij den zin m'er van verklaren?

O hoor, de treurtoon dringt steeds voort En ruischt alom door lucht, en wolken;

't Is een geschrei van oord tot oord, Ontperst aan 't hart van alle volken.

't Is uit 't verloren paradijs Een klacht, die gaat door alle landen :

»Waar vind ik 'theilwoord, datmijwijz" Den weg naar 's hemels blijde stranden ?"

Hoe menigeen zocht moe en mat Naar 't levenswoord, dat hem deed hopen ,

En dacht dat hij 't gevonden had ; Maar - 't deed hem 's hemels deur niet open

Sluiten