Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal de kletterende hagel

D' akkers goud van golvend graan In een woestenij herscheppen ,

's Landmans hope doen vergaan P

Neen 2; een vloek, geen ramp, geen oordeel

Droeg de wolk in haren schoot. Zegen, zegen, louter zegen,

Was het wat z' in zich besloot.

Wel bezweek van velen *t harte

Bij het oopnen van haar mond. Bliksems schoten, donders knalden.

Maar — het luchtruim werd gezond,

Mildlijk dropt de regen neder,

Heil verspreidend om zich heen. . Uit de smart ontspruit de vreugde.

Menschenkind, geloof alleen.

2*

Sluiten