Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

EENZAAMHEID.

In eeu hutje stil en kleen ,

Mocht ik wonen gansch alleen , Waar ik 't heekje hoorde spelen En de vooglen hoorde kwelen.

Waar' mij zulk een lot bereid!

O ik min u, eenzaamheid.

Toch moest het hutje niet te kleen, Niet al te stil zijn en alleen, 's Nachts luisterde ik naar 't kwinkeleren Om 's daags met menschen te verkeeren. Een eenzaam hutje wensch ik mij Met vele vrienden aan mijn zij.

Sluiten