Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voor mij geen uitkomst meer/' dus riept gij, „geengena!" Toen zaagt ge iu 't naclitlijk zwart, door kerneisen licht omgeven, ]>e onwankelbare rots , die redding bood en leven ,

En op die rots gegrond : het kruis van G o 1 g o t h a ! Maar ach, hoe tot die rots, hoe tot' dat kruis te komen ,

Waaruit een straal van hoop u vriendlij k tegenblonk? TTw worstlen was vergeefs. Daar werdt gij opgenomen:

't Was Gods onzichtbre hand, die u de redding schonk.

En nu. Nog spat de zee met onverzachte woede,

Nog slaan met woest geweld de golven om de rots. Maar veilig is uw lot in 'a Heeren trouwe hoede,

Waar gij uwe armen slaat om 't kruis der liefde Gods, Die u tot hiertoe bracht zal verder u bewaren.

Haast naakt het oogenblik zoo smachtende verbeid , Dat u uit stormgeloei en rustelooze baren

Naar ongestoorde rust en eeuwgen vrede leidt.

ï)0Ch _ in het golfgebruis op 't rotsgevaarte brekend, Wat schriklijk schouwspel is 't dat ginds mijne oogen treft

Het is een menschenhand, die, als om hulpe smeekend, En grijpend naar behoud, zich naar omhoog verheft!

Mijn Christen, zelf gered, neig tot dien noodkreet de oorcu.

Het is uws naasten hand, wiens stem u tegenklinkt. Uws naasten, die in zonde en ongeloof verloren, Zoo gij u niet ontfermt, in eeuwgen jammer zinkt.

Sluiten