Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

§ 1. De vier Evangeliën als bronnen voor onze kennis van het oorspronkelijk Christendom, en van zijn Stichter.

In den beginne bleef de herinnering aan wat Jezus de Christus (d. i. de Gezalfde, ril. met Heiligen geest), de Stichter des Christendoms, heeft gesproken en aan wat met hem gebeurd was, door mondelinge overlevering bewaard.

Eerst geruimen tijd na Jezus' dood, vooral toen de hoop op zijn terugkomst begon te verflauwen, is men te boek gaan stellen, wat aangaande hem was overgeleverd. In de laatste helft der 1ste eeUw zullen een paar geschriften zijn ontstaan, waarvan het eene „wat door Christus gesproken en gedaan was", het andere „de redenen des Heeren" bevatte, uit welke beide verzamelingen mettertijd onze Evangeliën naar Markus en naar Mattheüs gegroeid kunnen zijn. Later ontstond het Evangelie naar Lu kas. Nog zag aanmerkelijk veel later dat naar Johannes het licht. Justinus Martyr (gest. ± 160) is de eerste christelijke schrijver, van wien woorden doen vermoeden, dat hij de eerste

Sluiten