Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. Jezus' denkbeelden over het koninkrijk der hemelen.

a. De aard van dat koninkrijk.

Jezus sprak over „het koninkrijk der hemelen", ook het koninkrijk Gods, of het Godsrijk, in een geheel anderen geest dan tot op zijn tijd was gedaan. Bij hem trad, terwijl hij allen nadruk legde op innerlijke verandering, het uitwendige heil op den achtergrond.

Hij predikte dat aanstaande was een rijk, waarin allen die er toe zouden behooren, gelukkig zouden wezen, doordien'zij zich Gods kinderen gevoelden en elkander hartelijk liefhadden.

Men moest erkennen, dat God niet te vreezen maar goedertieren als een vader was, en den menschen in geestelijk, daarna ook in ieder opzicht alle heil wou schenken. Onder elkander moest men als broeders en zusters zijn.

Somtijds komen uitspraken voor, waarin het toekomstige heil vrij zinnelijk wordt afgeschilderd. Al zouden deze echter mede van Jezus zeiven zijn en letterlijk moeten worden opgevat, toch zou evenzeer waar blijven, dat hij innerlijke verandering als de bron van alle heil heeft voorgesteld.

Omdat van den inwendigen zin alles afhing, konden ook niet-Joden deel hebben aan het toekomstige heil.

Aan Jezus stond dus voor den geest een althans voorloopig onzichtbaar rijk, omvattende personen uit allerlei landen en volken, waarvan menschen niet

Sluiten