Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konden weten, wie er al, wie er niet toe behoorden. Eénerzijds kon het worden voorgesteld, reeds tegenwoordig, anderzijds moest het geacht worden, nog toekomstig te zijn.

De nadruk door Jezus gelegd op het innerlijke heil Matth. 5 : 6—9, 45a; 6 : 20, 25—32; 16 : 26; 20 :25—27Luk. 4 : 16—21; 11 : 2—4, 9—13, — waarvan uiterlijk heil het gevolg zou zijn Matth. 6 : 33.

God goedertieren Matth. 5 : 456; 7 : 11; 18 : 12—14 (verl. schaap); Luk. 13 : 6—9 (onvruchtbare vijgeboom); 15 : 8—10 (verl. penning); 11—24 (verl. zoon). — De menschen liefderijk jegens elkander Matth. 7 :12; 18:21 v.; Luk. 10 : 25 - 37 (barmh. Samaritaan).

Schildering van het toekomstige heil vrij zinnelijk Matth. 8 s 11; 19. : 27 vv.; 20 : 23 (vgl. Luk. 16:19 vv.; (rijke man en Lazarus).

Ook niet-Joden deel aan het het heil Matth. 8 : 11; Luk. 14 : 16—24 (het gastmaal); Mark. 7 : 24 vv.

Het koninkr. der hem. onzichtbaar Luk. 17 : 20, — alreeds tegenwoordig en toch ook toekomstig Matth. 13 : 31—33 (mosterdzaad en zuurdeeg).

Wat trad bij Jezus op den achtergrond, en waarop legde hij allen nadruk?

Wat zouden de menschen volgens hem in de toekomst van God begrijpen, en hoe zou men met elkander zijn?

Wie zouden deel hebben aan het toekomstige heil ?

In hoever was het koninkrijk der hemelen nog toekomstig, en in hoever was het reeds tegenwoordig?

§ 4. Jezus' denkbeelden over het koninkrijk der hemelen.

b. De voorwaarde om in te gaan in dat rijk.

Het was volgens Jezus van geen belang, dat iemand de geboden der Wet, in 't algemeen uiterlijke

Sluiten