Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen, waarnam. Hij waarschuwde niet tegen het in acht nemen er van, maar hechtte daar ook geen waarde aan, vooral niet, als men dat zonder de ware gezindheid deed.

Tot het koninkrijk der hemelen kwam men volgens hem te behooren door innerlijk te veranderen, 's Menschen hart moest rein zijn, niet gehecht aan de wereldsche dingen, volkomen overgegeven aan God, vol zelfverloochenenden zin voor zijne medemenschen. Bij alles moest hem leiden de gedachte aan God den Heilige, Dien Jezus gedurig noemt „den Vader, Die in de hemelen is".

Wie volkomen zoo zou wezen, zou zijn in het volle bezit van „gerechtigheid".

Natuurlijk was niemand nog terstond in het bezit daarvan. Nader was dan noodig, dat men een sterk verlangen koesterde, om zoo te worden, en zich ernstig daartoe inspande. Wie hoog bij zich zelf opzag, zich inbeeldde, dat hij reeds was, die hij moest wezen, had geen deel en zou geen deel hebben aan het te wachten heil.

Telkens opnieuw wordt door Jezus aangedrongen op nederigheid, op een kinderlijke gezindheid voor God.

Het waarnemen van de uiterlijke vormen op zich zelf niet van belang Mark. 2 : 23 -27; Luk. 5 :33—36. — De wijze, waarop men ze in acht moest nemen, wanneer men het deed Matth. 5 : 23 v.; 6 : 5 v., 16—18.

De noodzakelijkheid van reinheid van hart Matth. 5 : 8; 23 : 26, — losheid van de wereldsche dingen Matth. 6 : 19—21; 19 : 16—26 (rijke jongeling); Luk. 12:15—21 (rijke dwaas), — overgave aan God Matth. 6 : 25—32; Luk. 9 : 57—62; 12 : 6 v.; 17 : 7—10 (onnutte dienstknecht).

Denken aan den Vader, Die in de hemelen is Matth. 5 : 48; 7 : 11.

Niemand terstond, zooals de mensen wezen moet Matth. 10 : 18. — Een sterk verlangen en ernstig streven

Sluiten