Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 12. Jezus' uiteinde.

Nadat Jezus eenigen tijd in Galilea gepredikt had, brak een Paaschfeest aan, dat hij met zijne leerlingen ging bijwonen. Van die gelegenheid wilde hij gebruik maken, om ook in Jeruzalem te prediken. Hij voorzag daar heftigen tegenstand, zelfs levensgevaar, maar liet zich door dat vooruitzicht niet afschrikken.

Bij zijne aankomst in de hoofdstad werd hij door eene opgewonden menigte met gejuich ingehaald, alsof hij de verwachte Messias was. Toen hij in den tempel kwam, barstte hij los in verontwaardiging over de daar ingeslopen schandelijke misbruiken, waaraan hij beslistweg een einde maakte.

Ook verder trad hij onvervaard op, zoodat hij weldra in groot gevaar verkeerde. Omdat hij dit begreep, ontweek hij 's nachts de stad.

De overheid durfde, wegens den aanhang dien hij had onder het volk, het eerst niet bestaan hem tijdens het feest zelf gevangen te nemen. Toen evenwel één zijner vrienden kwam met het aanbod, hem in stilte in hare handen te leveren, meende men die gelegenheid niet voorbij te moeten laten gaan.

Het was er op aangelegd, hem op den avond van den Paaschmaaltijd, dien Jezus nog met zijne vrienden heeft gevierd, gevangen te nemen in Bethanië, het dorp waar hij 's nachts vertoefde; maar door eene toevallige omstandigheid werd hij gegrepen in een boomgaard niet ver van de stad, Gethsémané, waar Jezus vooraf een bangen strijd gestreden had. Zonder tegenweer te bieden of eene poging tot ontvluchten te doen, liet hij zich gevangennemen. Zijne leerlingen namen de vlucht en werden niet

Sluiten